Beschouwingen over de psychologie en filosofie van het schaken

Home Omhoog Links Waar is De Vleugel? Het nut van schaakles Oude_index Schaakschool

Doodzonde Denken

Aan informatie op deze site kunnen geen rechten meer worden ontleend. Roosters, adressen en tarieven zijn dus niet meer betrouwbaar. Gelukkig hebben we de foto's nog, en die staan merendeels op deze site! Kijk voor actuele gegevens op www.schaakles.com

Hieronder een beschouwend artikel naar aanleiding van The Seven Deadly Chess Sins van Rowson. In de cursus Schaken als metafoor voor het leven van Schaakmeester_P worden ook de volgende boeken aanbevolen:

                  

"Liefde is je hele leven lang proberen je vrouw schaken te leren." Jan Hein Donner

Over deze boeken volgen nog commentaren. Er staat hieronder wel een beschouwing naar aanleiding van The Seven Deadly Chess Sins van Jonathan Rowson.  Op een andere pagina staat een artikel over Flow en over Teaching Life Skills Through Chess. (Klik op het boek!)


De zeven doodzonden van de schaker

 PieterJan Mellegers

Hoofdzonde 1: jongleren met te veel ballen, oftewel: denken!

De Schotse grootmeester Rowson schreef een vermakelijk boek over psychologische ‘zonden’ die schakers kunnen begaan. Hij illustreert ze met partijen uit zijn eigen en andermans praktijk. Maar hij geeft ook veel algemene wijsheden over het schaken door. Zo citeert hij

Gerald Abrahams, die in The Chess Mind stelt dat je bij het schaken pas goed beseft, dat alle educatie zelfeducatie is. En Edward de Bono, die stelt:

            “De voornaamste moeilijkheid bij het denken is verwarring. We proberen te veel tegelijk te doen. Bij denken komt te veel te pas. Emoties, informatie, logica, hoop en creativiteit komen allemaal op ons af. Het is als jongleren met teveel ballen.”

Een zonde zoals Rowson die aanstipt, is het verkeerd interpreteren van de schaakwerkelijkheid. De zeven genoemde zonden zijn geen fouten op zich, maar geven aanleiding tot fouten. Het gaat – nogmaals –  om psychologische fouten, geen strategische of tactische fouten in engere zin.

Home
Omhoog
Rob Brunia
Chess for Zebras
Doodzonde Denken
Metafoor voor het leven

 

Denken en zien

Het is niet van effectbejag ontbloot dat Rowson als eerste en meest fundamentele zonde noemt: denken. Aangezien schaken een denksport is, klinkt dit lekker tegendraads, paradoxaal en ironisch. Oorspronkelijk wilde hij deze zonde rationalisme noemen, als contrast met intuïtie. Elke gedachte heeft volgens Rowson een emotioneel aspect. En zonder emoties kun je geen rationele beslissing nemen. Vandaar het citaat van De Bono hierboven.

Uit wetenschappelijk onderzoek is meermalen gebleken, dat gewone schakers denken, terwijl grootmeesters zien. Grootmeesters delen een stelling op in zogenaamde chunks, brokken met samenhang. Een grootmeester kent honderdduizenden van die chunks.

Er is een opmerkelijke overeenkomst met het leren lezen. Als je leert lezen, leer je letters. Maar als je een volleerde lezer bent, kijk je al lang niet meer naar de letters, je ziet in een oogopslag woorden en zelfs zinsfragmenten. Een geoefende lezer kent honderdduizenden woorden. Van die woorden hoeft hij maar 60% van de letters te zien. Als je, met andere woorden, 40% van de letters weglaat, herkent de geoefende lezer de tekst nog steeds. Dit heet redundantie. Onze omgeving zit vol met redundantie. Daardoor kunnen we verkeersborden herkennen aan een klein stukje, woorden verstaan in een rumoerige omgeving, lezen in een tekst waar bijvoorbeeld alle klinkers weggelaten zijn.  

Toch heeft een grootmeester geen plaatjes in zijn hoofd zoals we die uit de stappenmethode kennen. Het gaat bij de chunks eerder om abstracte configuraties dan visuele beelden. De proef op de som is, te onderzoeken hoe blinde schakers hun chunks opdoen. Dat blijkt grotendeels op dezelfde manier te zijn. Er is dus een grote mate van abstractie.

Goed, zien is dus belangrijker dan denken, denken is een doodzonde. Wat moet je dán doen?

Rowson pleit ervoor, meer ruimte te geven aan je intuïtie. Hij noemt dat pre-intellectual awareness, de zetten die je uitrekent zijn de zetten die je mooi, prettig, goed vindt… op emotionele, althans voor-intellectuele gronden. Je rekent alleen die zetten uit die je intuïtie je ingeeft.

Zoals Paul Keres al zei: ‘Ik denk maar over één zet, maar dat is dan wel de goede!’

In the summer of 1999, I graduated from Oxford University with a first-class degree in politics, philosophy, and economics. Around the same time, I completed the qualifications for the chess Grandmaster title and began to play chess professionally around Europe. In the summer of 2000 I wrote my second book, The Seven Deadly Chess Sins, an examination of chess from a psychological perspective. The research for this book stimulated my interest in cognitive psychology and also made me curious to learn more about the brain. I am particularly fascinated by the interplay of thought and emotion, partly because I know from my own experience of chess that most of our supposedly rational decisions are taken on an emotional basis. I am also interested in the pervasiveness of pattern recognition and the evaluative nature of perception. HGSE's Mind, Brain, and Education program has allowed me to build upon these interests and will give me a good theoretical grounding for further research in the field."

Jonathan Rowson

 

 

intuïtie

Inderdaad, heel vaak zie je een goede zet binnen enkele seconden, maar je rekent eerst alternatieven uit. Dan doe je na tien minuten denken toch de eerste zet die je overwoog. Wat dat betreft is snelschaken doeltreffender: dan kun je alleen maar je intuïtie volgen.

Tot zover kun je misschien instemmen met Rowson, of denken: er zit wat in. Maar aan de andere kant: is de intuïtie van een grootmeester niet veel betrouwbaarder dan mijn eigen intuïtie? Ongetwijfeld. Kun je daar wat aan doen? Volgens Rowson kun je je intuïtie cultiveren. Hij heeft hiervoor diverse tips.

Eerste tip: praat met je stukken. In de film Lang leve de koningin praat het meisje Iris ook met haar stukken. De koningin uit het spel geeft haar ook antwoord. Is dit niet een kinderachtig, dan wel sprookjesachtig idee? Jawel, maar er zijn grootmeesters die hetzelfde deden. Nimzowitsch en Donner waren mensen die met hun stukken praatten – al omschreven ze het misschien anders. Nimzowitsch (in Mijn systeem): “… schaakstukken ... hebben wensen en verlangens, … en ik ben degene die die moet doorgronden. Zij willen iets zonder te begrijpen waarom.” Donner praat in een partij op Cuba met zijn pion, de pion die moet promoveren om hem te overwinning te schenken.

Praten met je stukken kan een tegenwicht vormen voor het rationeel analyseren, uitrekenen van varianten. ‘To decomputerify my thoughts’,  zegt Rowson.

De Grote Tetteraar

Verder moet je het tirannieke brein soms gewoon aan banden leggen, beteugelen als een wild paard. De geest heeft de neiging op zichzelf te gaan werken. Hierbij wil ik iets uit een ander boek citeren, Innerlijke leiding van H. Korteweg-Frankhuizen en H. Korteweg. Zij stellen dat het denkapparaat ontwikkeld is om de mens te laten overleven. Het is erop gericht, te waarschuwen bij gevaar en in gevaarlijke omstandigheden een uitweg te wijzen, dit alles gebaseerd op ervaringen van vroeger. Dit apparaat is als een wapen in onze hand, maar als we niet oppassen gaat het wapen uit zichzelf aan het schieten (… slaan, steken, enzovoorts).

 

Het boek Flow wordt besproken op een andere pagina (klik op de afbeelding).

Voortdurend voorziet ons brein ons van waarschuwingen en tips, maar dit ‘lagere denken’ – met de treffende bijnaam ‘de Grote Tetteraar’ – moet wel in bedwang gehouden worden. Een paard (zo’n beest met vier benen, geen schaakstuk) dat honderden malen de weg naar huis heeft gelopen zal die zonder leiding ook wel vinden. Maar in onverwachte omstandigheden, bijvoorbeeld f2-f4 waar we alleen e2-e4 gewend zijn, moeten we de leiding gedecideerd overnemen. Zo moeten we ook ons brein leiding geven, anders gaat het met ons op de loop.

Anders toegepast, moeten we ervoor waken blindelings algemene principes te volgen. Zoals: een aanval door het centrum pareer je met een aanval op de flank. Of: zet je pionnen op de andere kleur dan je loper. Of: pak open lijnen. Of: bezet de 7e rij met een toren. Of: niet te veel met één stuk spelen in de opening. Of: niet te snel je dame in het spel brengen. Of: vermijd geïsoleerde pionnen. Vaardigheid wordt gekenmerkt door het vermogen te onderscheiden, wanneer er van dat soort regels juist afgeweken moet worden.

Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat ik regelmatig een tegenstander heb, die uitsluitend volgens deze algemene wijsheden speelt en als ik ervan afwijk, is zijn houding: ‘bewijs het maar!’ Een heel gezonde houding, op zich. Als ik het loperpaar heb en mijn tegenstander niet meer, is dat in principe een voordeel. Maar ik moet het nog wel bewijzen, bijvoorbeeld door de loper van de veldkleur die mijn tegenstander niet heeft, in stelling te brengen. Vooral bij jonge spelers zie ik vaak dat ze redeneren: mijn tegenstander heeft gezondigd tegen die en die regel, volgens mijn lessen heb ik die en die voordelen, het komt nu wel vanzelf goed. Dat komt het natuurlijk niet.

Bedenken dat algemene principes in een bepaalde stelling niet klakkeloos gevolgd moeten worden, of dat de onderhavige stelling nu juist een uitzondering op de regel is, dat vereist denkwerk. En dit is niet het denkwerk waar Rowson voor waarschuwt. Dit is het creatieve, kritische denken dat de Grote Tetteraar onder de duim houdt.

 

 

Nog enkele tips van Rowson over het inschakelen van intuïtie:

1                    Leer beter te rekenen maar accepteer dat berekening nooit apart staat van andere manieren van denken

2                    Als je er niet in slaagt een beslissing te nemen op basis van goed rekenwerk, neem dan de zet die je intuïtief het beste vindt,

3                    Als je denkt dat je een weerlegging ziet van de variant die je wilt volgen, vraag je dan af of je gelooft in die weerlegging (vaak denk je beter voor de tegenpartij dan voor jezelf).

Rowson zoekt tegenwicht voor het rationele denken dus in de intuïtie. Verder moet het automatische en defensieve denken beteugeld worden door een kritische geest. Een tweede uitweg ziet hij in humor.

Humor

Humor is vaak iets onverwachts, een andere voorstelling van zaken, waardoor de werkelijkheid absurd wordt. Je wordt verrast door een onverwachte ontknoping, wat komisch werkt. Niet zelden moet een schaker lachen, als hij plotseling met een mat in twee geconfronteerd wordt. Probeer niet alleen je tegenstander te verrassen, raadt Rowson ons aan, probeer ook jezelf te verrassen.

Een van de manieren om dit te bereiken is wat ik zelf de metavisie noem. In gedachten uit de situatie stappen, terzijde gaan staan en observeren alsof je een ander, een derde bent. Dus niet: ‘Dat is mijn tegenstander en die ga ik nu mat zetten’, maar: ‘Ik zie hier een schaker die denkt, hoe kan ik die ander mat zetten.’ Of: ‘Ik zie hier een schaker die niet analyseert, maar zit te tobben.’ (De Grote Tetteraar beheerst hem.) Of: ‘Ik zie hier twee schakers en die ene heeft er geen zin meer in.’ Het verhelderende is, dat je jezelf, met je eigen emoties en verlangens, meeneemt in je overwegingen. Het kan een ontdekking zijn dat je (ten onrechte) naar een breekzet zoekt, zonder dat je wist dat dat je doel was. Het kan ertoe leiden dat je beseft, o, maar ik moet eerst mijn eigen verdediging op orde brengen.

Jonathan Rowson

 

 

Illustratie

Rowson illustreert zijn beweringen regelmatig met partijen, vaak die van hemzelf. Ik kan ook wel een situatie bedenken, waarin ik gewoon had moeten doen in plaats van denken. In een cursus van het Max Euwecentrum die ik ooit gevolgd heb, zei de docent bij een bepaalde positie nonchalant: ‘Je valt die koningsstelling aan en dan moet het vroeger of later wel doorslaan, daar moet je dan maar op vertrouwen.’ Ik heb zelf de neiging veel te veel te berekenen, zowel logische zetten als onberedeneerde offers van mijn tegenstander. Want ik bereken meer de zetten van mijn tegenstander dan van mijzelf, ongetwijfeld doodzonde nummer acht!

Een stand van een van mijn eigen partijen die dit illustreert is uit een partij tegen Karel den Boer.

Na 32 zetten heb ik een toren geslagen op a1, Karel heeft een paard geslagen op b6. En nu ga ik denken. Ik zie wel een aantrekkelijk schaakje op h1, maar dan beweeg ik mijn dame weg van mijn koningsstelling. En de Grote Tetteraar zegt: straks zijn er geen schaakjes meer en dan kun je je koning niet meer verdedigen! Ik doe dus de halfhartige zet Dd1+. Wel schaak, maar in de buurt va mijn eigen koningsstelling blijvend. Even later ben ik zo bevreesd voor de batterij Lf2-Db6, dat ik mijn toren geef voor de loper.

Iemand die langs loopt ziet in één oogopslag dat je schaak moet geven met Dh1 en de rest volgt vanzelf. Ik vertrouw niet op mijn intuïtie en raak in een situatie waarin bijna alles afgeruild wordt, alleen blijf ik zitten met het ten hemelschreiend slechte paard op g7. En Karel wint. Hoe zit het eigenlijk met Karels intuïtie?

 Samenvattend:

1                    Denken omvat veel meer dan we beseffen, waardoor we soms verkeerde redenen opgeven voor onze fouten

2                    Denken in de conventionele zin is beperkt, omdat het gebaseerd op patronen en ervaringen die in de huidige situatie misschien niet van toepassing zijn

3                    Denken is vaak gebaseerd op regels, terwijl schaken zich juist onttrekt aan regels

4                    Denken kan je intuïtie verdringen, terwijl intuïtie misschien meer geëigend is voor de voortdurend evaluatie van het spel

Wat kan je er dan tegen doen?

1                    Hard studeren op patronen die je nog niet kent

2                    Oude manieren van denken afleren, maar de nieuwe manieren ook niet als zaligmakend behandelen

3                    Praat met je stukken

4                    Fuzzy thinking (oppervlakkig, globaal denken) is niet altijd slecht

5                    Probeer de grappige zijde te zien, en haal grappen uit met je stukken!

6                    Wees je bewust van de manier waarop je normaliter denkt, en stap zo nu en dan terzijde om vanaf de kant naar jezelf en je tegenstander te kijken (metavisie) 

 

  Boek:


 
.
 
Home Omhoog Rob Brunia Chess for Zebras Doodzonde Denken Metafoor voor het leven