|
Een discussie die op LinkedIn gevoerd is, maar (dus) niet voor iedereen toegankelijk.Toegift: eerste bijeenkomst van schaakdocenten op leonardoscholen |
||||
| Aftrap:PieterJan Mellegers | Reacties | Reacties | ||
Het nut van schaakles op schoolEr zijn talloze onderzoeken gedaan naar het effect van schaakles op de leerprestaties van kinderen. In ons eigen land heeft Karel van Delft pioniersarbeid verricht en Cor van Wijgerden heeft onderzoeken geïnventariseerd, onder andere in zijn inleiding op Iedereen kan schaken. Op het internet staat een indrukwekkend overzicht van internationaal onderzoek. En de uitkomsten zijn allemaal in de trant van: schaken op school stimuleert het denkvermogen én de prestaties op andere gebieden (zelfs de leesvaardigheid!). Maar ik wil uitgaan van een andere invalshoek: mijn eigen ervaringen in de klas en op mijn schaakschool. Daar zie ik dat kinderen – met name op de basisschool - schaken leuk vinden. Als je peilt wie er schaken wil leren, steekt 95% zijn hand op. Op de eerste leonardoschool waar ik lesgaf, was schaken het populairste vak. Leuk vinden betekent: intrinsiek gemotiveerd zijn om te leren en te doen. Dat is al een belangrijke waarde op zichzelf. Verder heeft schaken een bepaalde moeilijkheidsgraad. Hoe de stukken lopen, kan iedereen leren – daar hoef je niet bijzonder intelligent voor te zijn. Maar een bord met 64 velden overzien, met 32 stukken die negen verschillende manoeuvres uit kunnen voeren, en dan de interactie daartussen – dat is een hele uitdaging. Er zijn eerlijk gezegd geen mensen die daar geen moeite mee hebben. Je zou een prachtige database aan kunnen leggen van beginnersfouten die zelfs grootmeesters maken. Het is dus een uitdaging aan denkvermogen en ruimtelijk inzicht. Over fouten gesproken: je moet leren omgaan met je eigen fouten. Iedereen maakt fouten op het schaakbord, ook de wereldkampioen. En wat erger is: het zijn jouw eigen fouten. Je kunt bij een schaakwedstrijd niet de schuld geven aan de wind, de zon, het veld, de scheidsrechter... als je een foute zet doet, is dat helemaal jouw eigen schuld. Een harde les! Kinderen kunnen dus bij schaken leren omgaan met hun eigen falen. Maar daar gaat nog iets aan vooraf: ze leren bij schaken beslissingen nemen. Als de situatie op het bord kritiek is, moet je diep nadenken over je volgende zet. En je moet een keuze doen. Misschien is de ene zet reddend, de andere verliezend. Misschien is de ene zet verliezend, de andere zelfs winnend. Het is allemaal jouw keuze, en jij moet beslissen. Met andere woorden: bij het schaken leer je beslissingen te nemen, leer je je verantwoordelijkheid te aanvaarden. Over het laatste een anekdote van Alexander Vaisman in The Chess Instructor. Een zakenman liet zijn zoon schaaklessen volgen bij een grootmeester. De grootmeester zei na verloop van tijd: “U moet niet verwachten dat hij een groot schaker wordt.” De zakenman, een 'nouveau riche' in het nieuwe Rusland, zei: "Ik wil alleen dat mijn zoon leert denken, vooruitzien en uitwerken wat zijn tegenstander van plan is, en in de praktijk leert onafhankelijk beslissingen te nemen." Ten slotte wil ik een aspect aanstippen dat geldt voor een bepaalde groep kinderen. Schaken geeft rust in de klas. Sommige kinderen zijn blij als het eens een tijdje niet ‘gezellig’ is in de klas. Als alle praters hun mond moeten houden en iedereen zich volledig concentreert op zijn taak. Zoals bij schaakpartijen. Ik heb diverse kinderen op mijn schaakschool die juist vanwege dát aspect komen. Soms hebben ze niet eens zoveel affiniteit voor het spel op zich, maar de sfeer van volkomen stilte en toegewijde aandacht, daar voelen ze zich lekker bij. Ik wil nog een stap verder gaan. Het is van groot belang dat mensen in deze tijd leren omgaan met ‘trage vragen’: kwesties die je niet een, twee, drie oplost, vraagstukken waarvoor je MSN, Hyves, Google, Twitter, de radio, de iPod, de televisie uit moet zetten. Vraagstukken waarbij je niet kunt multi-tasken, maar die je volledige en onvoorwaardelijke inzet vergen. Een bord met 64 velden is daar een goede oefenruimte voor. PieterJan Mellegers |
Schaken kan ik iedereen aanraden natuurlijk, maar waarom moet het op
school gebeuren? Je kunt het toch ook in je vrije tijd doen. Moet de
school dan ook EHBO gaan geven, of voetballes, of autorijles er zijn toch
ook schaakclubs? heeft de school niets beters te doen? SAP Training consultant at RWD Freek: waarom niet op school? In hun vrije tijd hebben veel kinderen al leren lezen en schrijven ;-). EHBO vind ik een goed idee! Sporten doen ze natuurlijk al. En verkeersles ook. En naast schaken kun je nog een heleboel meer bedenken. Uiteindelijk is schaken ook maar een middel tot een doel, namelijk de kinderen leren hun hersens op een goede manier in te zetten. Een leerdoel dus, dat dus ook op school een plekje kan vinden. Van mij mogen alle alternatieve leermethoden ingezet worden, zeker niet alleen 'leren uit een boekje'!!! Education development at Eindhoven University of Technology, Dept. of Biomedical Engineering
Ik
ben positief over schaken. Naast de dingen die je noemt zie ik ook als
voordeel:
Er
is best wel iets voor te zeggen om schaken wel op school te doen en wel op
de basisschool en ook op een VWO is verdedigbaar. Zeker als je kijkt naar
de concurrerende vakken als tekenen, gym, zingen, geschiedenis,
aardrijkskunde, chinees, spaans, frans, latijn, grieks, scheikunde. SAP Training consultant at RWD
Schaken is elke week een nieuw hoogtepunt in de Rotterdamse
Leonardogroepen mede dankzij Poulien Knipscheer, die zorgt voor
uitstekende docenten, fijne sfeer en goede didactiek. Coordinator Leonardo Onderwijs at stichting BOOR Quality Assurance Officer at Fokker Landing Gear B.V.
Ik
merk aan mijn jongens dat schaak (inmiddels) een van de dingen is waarom
ze wel graag naar de leonardoschool gaan. |
Beste
Freek, over schaken als schoolvak is de laatste jaren heel veel onderzoek
gedaan. Ik citeer om te beginnen de commissie SAL (Schaken als leervak),
aangehaald door Cor van Wijgerden in Iedereen kan schaken: PieterJan Mellegers Wat mij betreft zou je zo jong mogelijk moeten beginnen, maar kinderen die er duidelijk geen belangstelling voor hebben zeker na verloop van tijd de kans moeten bieden om in die tijd iets te doen wat net zo zinnig is en wat voor hen wel interessant is. Denk dat een gekwalificeerde docent noodzakelijk is om de nodige structuur aan te brengen, 'schaakdidactisch verantwoord' de nodige bouwsteentjes aan te brengen, kinderen en juffen de weg te wijzen in 'schaakland' maar dat het daarnaast natuurlijk belangrijk is dat de kinderen gedurende de week ook zelfstandig oefenen en onderling spelen. Ik merk zelf iig dat de kinderen in de klassen waar tussendoor nog geoefend wordt, heel veel harder vooruit gaan dan die kinderen voor wie het beperkt blijft tot een uurtje in de week (wat natuurlijk logisch is). Verder denk ik dat er een mogelijkheid moet zijn voor extra begeleiding van de echte toptalenten (zou de knsb wat mij betreft ook een aandeel in moeten kunnen hebben) Op dit moment (een uurtje per week verplicht schaakles voor de hele klas) lopen we echter tegen te veel problemen aan waar een oplossing voor nodig is. Klassikaal onderwijs is voor groepen van 16 kinderen met een niveauverschil tussen stap 4 en stap 1 waarbij ook nog sprake is van de nodige gedragsproblemen, natuurlijk onmogelijk. Het vraagt dus veel van: De betrokkenheid van de klassendocent, de capaciteit van de schaakdocent, de zelfstandigheid van de kinderen ed. Mijn oplossing op het moment is om zo veel mogelijk in niveaugroepen te werken en gewoon met meerdere docenten tegelijkertijd aanwezig te zijn (ervaring leert dat 1 docent meer dan het aantal klassen wat er is, goed werkbaar is - alleen voor Leonardoscholen met maar één klas natuurlijk zo goed als onbetaalbaar) En een 'leerlijn' is er natuurlijk al. Zolang je de stappenmethode blijft volgen, is het voor de meeste kinderen mogelijk om één of twee keer per jaar een stappendiploma te halen. Portfolio-stukjes schrijf ik zo min mogelijk (het is al werk genoeg ....)
Vwb
kampioenschappen: Hier doen ze gewoon mee in de reguliere
scholencompetities. Lijkt me ook precies de bedoeling (integratie is ook
belangrijk) en het is eerlijk genoeg; voorlopig winnen die Leonardoscholen
de schoolschaakkampioenschappen nog niet. Een aardige mogelijkheid ligt
wellicht in playchess waarbij Leonardoklassen onderling, onder schooltijd,
hun wedstrijden zouden kunnen spelen. Iets om eens over na te denken in de
vakantie Poulien Knipscheer |
||

Op 14 november kwamen we bij elkaar in Eindhoven, voor zover wij weten de eerste bijeenkomst van vakdocenten in het leonardo-onderwijs. Boris Friesen, Poulien Knipscheer, Dolf Meijer, Frank, Pieter Sandijck en PieterJan Mellegers bespraken in een uur allerlei punten die met de leonardolessen te maken hebben.
Diverse scholen vragen een portfolio, een rapportbeoordeling of (nieuw!) een leerlijn. Hoe moet je dat aanpakken? Er zijn al normen en formuleringen voor gemaakt en het zou zonde zijn als elke school opnieuw dit wiel ging uitvinden. Het geeft wel een forse werkdruk. Hoe kun je daar mee omgaan?
Uit een korte peiling bleek dat iedereen minstens (!) drie uur besteedt aan één lesuur. Zo wordt een in eerste instantie royale beloning (voor schaaktrainersbegrippen!) toch een stuk minder. En verder kun je je afvragen: wanneer moet je dat doen? In een van de voorgesprekken werd er gezegd: ‘Wanneer moet ik dat doen? Op zondagnacht?’
Het is helaas gebleken, dat scholen soms iemand aanstellen die wel kan schaken, maar niet kan lesgeven. Soms is de reden, dat die persoon weinig geld vraagt. Het kan ook zijn dat een school niet weet hoe je aan goede schaakdocenten kunt komen.
Er zou een lijstje van minimale voorwaarden moeten komen, of minstens aanbevelingen, waarop staat waaraan een schaakleraar moet voldoen. De twee punten die werden genoemd waren: een diploma en ervaring hebben. Zo zou je ook de voorwaarden voor de lessen op kunnen sommen. Bijvoorbeeld: leeftijden niet te ver uit elkaar, beschikking over stappenboeken,niet meer dan zestien leerlingen. Deze lijstjes zouden uitgebreid en gepreciseerd kunnen worden, zodat een leidraad ontstaat voor scholen én docenten.
Er is nog van alles besproken, maar ik heb lang niet alles genoteerd of onthouden. Ik houd me dan ook aanbevolen voor aanvullingen. Het was in ieder geval prettig collega’s te ontmoeten en ideeën uit te wisselen. Dat moesten we vaker doen!
PieterJan Mellegers